School kinderen

Spelen is onmisbaar voor kinderen

Fysiek uitblinken

De jaren tussen zes en twaalf jaar worden vaak 'de gouden jaren van de jeugd' genoemd. Mits ze zich tot dan toe normaal hebben ontwikkeld, lijken kinderen nu vrijwel alles te kunnen doen en leren. Hun lichaamsverhoudingen zijn gelijk aan die van volwassenen en hun positiezin en evenwichtsgevoel worden per dag beter.

De gewoonten rond regelmatig bewegen beginnen tussen het zesde en twaalfde levensjaar, en dit is ook de leeftijd waarop de bewegingsvaardigheid (leren/beheersen) moet worden gestimuleerd. Experts in de lichamelijke opvoeding noemen vooral behendigheid, balans en coördinatie als belangrijkste onderdelen. Ook is men het er over eens dat spelen in deze fase fundamenteel is om kinderen enthousiast te maken over lichamelijke activiteit.

Schoolgaande kinderen beheersen de belangrijkste coördinatievaardigheden, zoals rennen, springen, balanceren, rollen, gooien, vangen, klimmen en kruipen. Het is daarom belangrijk om ze veel verschillende uitdagingen op het gebied van behendigheid en coördinatie te bieden.

Goed ontworpen speelplekken vormen de ideale omgeving om kinderen te helpen fysiek uit te blinken - iets waar ze op deze leeftijd naar streven.

De meevoelende leeftijd

De periode tussen zes en twaalf jaar wordt vaak de meevoelende leeftijd genoemd: kinderen krijgen steeds meer inzicht in de gevoelens, reacties en motieven van anderen. Zesjarige kinderen kunnen vloeiend spreken en breiden hun woordenschat uit, waardoor ze beter in staat zijn met meer kinderen te spelen. Het spel verandert van rollenspel in 'gereguleerd spel': alle spelletjes met regels zijn voor deze kinderen aantrekkelijk en ze krijgen steeds meer plezier in positieve strijd.

Creativiteit en regels

Voor schoolgaande kinderen hangt creatief spel nauw samen met 'gereguleerd spel'. De kinderen zijn dol op regels opstellen en het afzetten van de eigen prestaties tegen die van anderen. Ze zijn dol op traditionele spelletjes als tikkertje en verstoppertje. Maar ze proberen ook hun lichamelijke grenzen steeds meer op te rekken. Speelplekken en speeltoestellen voor deze leeftijdsgroep moeten voldoen aan deze behoefte aan traditionele spelletjes en experimenten.

Actief leren

Schoolgaande kinderen leren op school, maar uit onderzoek blijkt dat veel leerstof die de kinderen verwerven - waaronder veel 'levensvaardigheden' en kennis van de natuur - actief moet worden geleerd in plaats van te worden onderwezen. Speelplekken in de buitenlucht met meetbare uitdagingen, zones waar groepjes bijeen kunnen komen en gevarieerde spelactiviteiten helpen kinderen hun concentratie en leerbereidheid te verbeteren.

Sleutelwoorden bij de ontwikkeling en het spelontwerp voor schoolgaande kinderen zijn:

  • Grove motoriek: behendigheid, balans en coördinatie
  • Scenario's voor 'gereguleerd spel'
  • Plekken voor interactie met andere kinderen

Voorbeelden van goede spelactiviteiten

Grove motoriek: oefeningen in behendigheid, balans en coördinatie, zoals klimmen, kruipen, veren, glijden, draaien, balanceren en schommelen. Denk aan elementen als netten, steilere hellingen, schommels, veren, wippen, draaitoestellen en glijbanen.

Sociale spelelementen: hoewel schoolgaande kinderen in grotere groepen kunnen spelen, houden vooral meisjes ook van interactie in kleine groepjes.

Training van de fijne motoriek, zoals zand- en waterspel, blijft aantrekkelijk voor de jongste leden van deze leeftijdsgroep.

Denk bij de aanleg aan:

Harde oppervlakken voor balspellen, afwisselende activiteiten en verschillende speelniveaus en -lagen. Schaduw (van bomen die veilig zijn om in te klimmen) en plekken voor interactie tussen groepjes van twee of drie kinderen.