Volwassenen

Spelen is onmisbaar voor kinderen

Hoe zit het met volwassenen en speelplekken? De Wereldgezondheidsorganisatie noemt in haar aanbevelingen voor lichaamsbeweging voor 2010 spel als een van de activiteiten die gezond zijn voor volwassenen - naast wandelen, fietsen, sporten en geplande beweging.

De minimale aanbeveling voor volwassenen (tussen 18 en 64) is minimaal 150 minuten gematigd intensief bewegen per week (of 75 minuten zeer intensief bewegen). Voor extra gezondheidsvoordelen moeten volwassenen de gematigde intensieve beweging verhogen naar 300 minuten per week (of 150 minuten intensieve beweging). Ook worden tweemaal per week spierversterkende activiteiten geadviseerd.

Veel activiteiten op de speelplek, zoals schommelen en trapveldjes, zijn aantrekkelijk voor volwassenen, hoewel de meeste buitenoplossingen voor volwassenen uit fitnesstoestellen bestaan. 

65+

Voor volwassenen in deze leeftijdsgroep bestaat de lichaamsbeweging uit recreatieve beweging in de vrije tijd, vervoer (bijv. wandelen of fietsen), beweging op het werk (bij nog werkende personen), huishoudelijke klussen, spelen, spelletjes, sport of geplande beweging, in het kader van dagelijkse activiteiten of met het gezin en de gemeenschap.

Voor een betere conditie van hart, longen, spieren, botten en de functionele gezondheid en minder risico op niet-overdraagbare ziekten*, depressie en cognitieve achteruitgang geldt het volgende:

  1. Ouderen zouden per week minstens 150 minuten aan matige beweging moeten doen of minstens 75 minuten aan intensieve aërobe beweging (of een combinatie van die twee).
  2. Deze aërobe beweging zou in sessies van minstens tien minuten moeten plaatsvinden.
  3. Voor aanvullende gezondheidsvoordelen zouden ouderen de aanbevolen aërobe beweging minstens moeten verdubbelen.
  4. Volwassenen in deze leeftijdsgroep die slecht ter been zijn, zouden minstens drie dagen per week moeten bewegen om hun evenwichtsgevoel te verbeteren en te voorkomen dat ze vallen.
  5. Deze leeftijdsgroep zou minstens twee dagen per week moeten deelnemen aan spierversterkende activiteiten voor de belangrijkste spiergroepen.
  6. Indien dit niveau aan beweging door gezondheidsklachten niet haalbaar is, moeten ouderen zo actief zijn als in hun situatie mogelijk is.